Waarheen?

Soms is het pure romantiek die ons op de fiets drijft. Een primitieve nomadische aandrang, een vaag kosmisch gevoel van verbondenheid met de natuur, een dromerig verlangen de wind te begrijpen en mee te drijven naar een onbekende grootse bestemming. Ga je fietsen met kinderen? Vergeet dan even alle romantiek en zet nuchter de dingen op een rijtje.

Met een baby

Voor baby's hoef je helemaal nergens heen. Die willen alleen maar bij jou zijn en niets meer. Wil je absoluut op fietsvakantie met een specifieke eindbestemming, dan doe je dat uitsluitend voor jezelf. Je kan het beste uitgaan van de mogelijkheden van je kind. Kies een fietsgebied dat binnen die grenzen ligt. Het kan niet vaak genoeg worden gezegd: houd deze volgorde aan! Want de omgekeerde volgorde leidt bijna altijd tot frustratie en teleurstelling.

Met een peuter

Iets oudere kinderen hoeven ook geen trektochten te maken. De zandbak op de camping, de koeien en paarden in de wei, het grasveldje, dat is genoeg voor ze. Ook hier doe je het dus voor jezelf. Toch kunnzn kinderen van deze leeftijd ook genieten van een trektocht. Omdat ze de hele dag samen met de ouders zijn, er veel tijd is voor spelletjes, er lekkere hapjes de revue passeren en zoveel meer. Richt je tijd en aandacht dus vooral op je kind(eren). 

Dit is een belangrijke leeftijd om aan fietsvakanties te wennen. Als ze fietsvakanties nu als 'niet leuk' leren kennen, dan krijg je het heel moeilijk als ze ouder worden.

Verre bestemmingen hoeven geen bezwaar te zijn, zolang je voor ogen houdt dat het voor de kinderen ook leuk moet zijn. Sta je zonder kinderen al stijf van de stress als je met het vliegtuig moet, begin er dan zeker niet aan. Gaat het je heel relaxed af, dan kan het met kinderen een leuke ervaring zijn. Houd wel rekening met alle gesjouw en dat je gedurende de vele uren op de luchthaven niet kan wegduiken in een boek of krant. Reizen met de boot is vaak nog de meest ontspannen manier om een wat verder fietsgebied te bereiken.

Met kinderen tot een jaar of twaalf

Kinderen willen geleidelijk steeds meer zelf doen. Daardoor zijn verre bestemmingen soms minder geschikt. Kinderstoeltjes en fietskarren worden ingeruild voor familietandems, aanhangfietsen en uiteindelijke fietsen ze helemaal zelf. Hun tempo ligt ongetwijfeld lager en ook op vlak van bagage kunnen ze niet te veel hebben. Overbelasting kan funeste gevolgen hebben voor kinderen in de groei. Dus: hooguit bescheiden klimwerk en niet al te lange dagetappes. 

Met pubers

Met pubers is het waarschijnlijk alles of niets. Vinden ze fietsvakanties leuk, dan kunnen ze de hele wereld aan. Vinden ze het niet leuk, dan houdt het op.

En de weersomstandigheden?

Kijk niet alleen welke bestemming je leuk, mooi of interessant vindt, maar houd ook rekening met het weer. Hartje zomer kan je beter niet in Centraal-Spanje fietsen. De hitte en brandende zon zijn niet gezond voor kleine kinderen. Zelfs zonder kinderen is het voor velen al te warm. Andersom is het bijvoorbeeld in Schotland vaak - ook in de zomer - te koud en winderig om langere tijd stil te zitten op een fiets of in een fietskar.
Het is verstandig om vooraf uit te zoeken wat voor weer je kunt verwachten in je bestemmingsgebied. In het algemeen verdragen kinderen hitte minder goed dan volwassenen. Op koud weer kan je ze kleden, zij het in beperkte mate.