Bepakt en bezakt

LAND/REGIO: Nieuw Zeeland > Zuidereiland
LEEFTIJD KIND(EREN): 1, 4 en 5 jaar
PERIODE: 2,5 maand


Een echte wereldfietser laat zich door niets of niemand tegenhouden. Dat blijkt wel uit het verhaal van het gezin Teuchies. Met een berg bagage en drie kinderen (één, vier en vijf) fietsten Johnny en Marlies tweeënhalve maand op het Zuidereiland van Nieuw-Zeeland.

Wanneer we een kindje krijgen en ons gezin zich uitbreidt met de geboorte van nog een kindje en daarna nóg een, willen we wel fietsvakanties blijven maken. We moeten dus op zoek naar oplossingen om dat mogelijk te maken. Wees gerust, die oplossingen zijn er, voor groot en klein. Het motiveren van de kinderen is voor ons de grootste uitdaging. Veel tijd en veel speelpauzes zijn daarbij het belangrijkste wapen.

Tijdens onze fietsreis door Nieuw-Zeeland hebben we gelukkig veel tijd en geen ambities. We gaan op zoek naar afgelegen plekjes en kleine weggetjes, en blijven hangen waar we het naar onze zin hebben. We genieten van het onderweg zijn. Een vastomlijnde route hebben we niet, alleen een vaag idee van de gebieden die we graag willen doorkruisen. ’s Avonds bedenken we de route voor de volgende dag.

Uitrusting

We fietsen met twee Pino's, tandemfietsen van Hase. Achter een van de twee fietsen hangt een Chariot Cougar-kinderkar, achter de ander een Bob Yak-trailer. We hebben acht fietstassen, een waterdichte zak, een kleine rugzak en de drie kinderen. Met de slaapzakken en matjes, kookpotten, zonnecrème en regenpakken, puzzels en luiers, twee tenten, laarzen en sandalen, en soms eten voor vijf dagen is alles goed volgeladen.

De bepakte fietsen wegen inclusief kindjes samen meer dan honderd kilo. Bergop gaat dat erg traag. We lopen af en toe met de fiets aan de hand terwijl de kindjes met ons meelopen in de berm. En ook op de vlakke stukken halen we geen hoge snelheden en zijn onze dagetappes meestal niet langer dan veertig kilometer. We vinden dit echter geen probleem, zolang we maar door de prachtige landschappen mogen trappen en het weer niet te slecht is.
We zijn blij met onze Pino-tandems en onze kinderen nog meer. Ze vinden het heerlijk om voorop de tandem te zitten. Ze kunnen alles zien, trappen mee als ze willen, doen dutjes, spelen spelletjes en babbelen met elkaar. Tinka (vijf jaar) is op de fiets relatief stil. Als ze wordt aangespoord, trapt ze vooral bergop al goed mee. Ze valt vaak in slaap als het regent. Jolan (vier jaar) houdt meer van tateren dan van trappen en verwacht altijd uitgebreid antwoord. Ze vraagt vrolijk of we een wedstrijdje gaan doen wie het langst de adem kan inhouden terwijl Marlies en ik zwaar hijgend en badend in het zweet een kam van duizend meter proberen te bedwingen.

Omdat de kinderen op fiets vooral stilzitten, pakken we ze vaak in met een dikke trui, een sjaal en een regenpak om de wind en kou te trotseren, terwijl Marlies en ik in shorts en t-shirts zitten te puffen en zweten. Voor de drie kinderen hebben we vier zitplaatsen. Twee vooraan op de Pino's, één zitje in de kinderkar en een stoeltje achterop een van de Pino's. Bij het vertrek, meestal pas tegen de middag, zit Max (één jaar) in de kar om te slapen. Als hij wakker is, wil hij graag vooraan op de Pino en staan zijn zussen te springen om ook gezellig met een dekentje en een boekje in de kar te kruipen. Jolan zit ook graag uit de wind op het stoeltje achteraan. Af en toe zitten de drie kinderen zelfs samen op één fiets.

Fietsen met kinderen

Zoals fietsen zonder kinderen een leuke manier van reizen is, is fietsen met kinderen dat zeker ook. Wanneer je de natuur in wilt of een fysieke uitdaging zoekt, dan heeft fietsen ten opzichte van wandelen het grote voordeel dat je zowel kinderen als een berg bagage kunt meezeulen. Het fietsen geeft bovendien structuur, zeker op lange reizen. De uren op de fiets, ongeveer drie per dag, zijn rustgevend voor de kinderen. Tijdens het fietsen is er tijd om te praten en rond te kijken of, in het geval van Max, te slapen. De omgeving en alles wat voorbijkomt is aanleiding voor eindeloos veel waarom-vragen en er is tijd genoeg om daarop in te gaan.

... "Is een reus groter dan die berg?"
"Reuzen bestaan toch niet."
"Ja maar hoe groot zijn reuzen dan alsof?"...

Nooit wordt er gevraagd "hoe ver is het nog?" of "wanneer zijn we er?". Omwille van de rust op de fiets genieten de kinderen veel meer van de speelmomenten tijdens de pauzes of bij het aankomen op een nieuw kampeerplekje. Op elke nieuwe plek is er weer van alles te ontdekken. Meteen na aankomst zwermen Tinka en Jolan uit, het oerwoud in, naar de trampoline op de camping of naar de zee of de rivier, en gaan ze op in hun fantasie. Ruzie of verveling zijn er eigelijk alleen op de dagen dat we niet op de fiets zitten omdat we bijvoorbeeld een was moeten draaien.
Alles gaat wel veel trager. Het duurt minstens twee uur voor we alle matjes, slaapzakken, tenten en wijdverspreide rommel terug op de juiste plek en goed aangedrukt in de tassen krijgen gepropt. Als we dan tegen de middag vertrekken, komen andere fietsreizigers soms al op de camping aan, met hun dagetappe achter de rug.

Onze tijd gaat vaak op aan heel veel plaspauzes, het aan- en uitkleden van de kinderen, die het bergop te warm en bergaf te koud hebben, een dode buidelrat op de weg, passievruchten plukken, een foto nemen of een pauze in een speeltuintje langs de weg. Dan is Max weer wakker en laat hij zijn passievrucht vallen of hebben de meisjes honger en is het tijd voor een picknick. Onderweg moeten we nog boodschappen halen en op tijd stoppen om te spelen. Na het fietsen moeten we koken en alles klaarmaken voor de nacht. Lange afstanden leggen we dus niet af, maar we fietsen wel bijna elke dag een stuk verder. In totaal 1333 kilometer.

Nieuwe plannen

We hebben allemaal ongelofelijk van de reis genoten. Het was heerlijk om onafhankelijk, onbezonnen, vrij en vooral zo lang intens samen te zijn. Voor de kinderen was het een tijd van veel buiten, weinig binnen; veel gezond, weinig ziek; veel tijd, weinig haasten; veel spelen, weinig moeten; veel berg, weinig stad; veel leren, weinig school; veel nieuw, weinig bekend.

Twee weken nadat we terugkeerden uit Nieuw-Zeeland, vertrokken we met de camper om nog vier fantastische maanden door Scandinavië te zwerven. Met maar een week om te wennen en ons huis op orde te krijgen voor het strakke ritme van werk en school, kwamen we terug in Antwerpen.

Tinka en Jolan waren de eerste weken erg blij om weer met hun speelkameraadjes op te trekken en genoten volop van hun schooldagen. Hoewel ze nu, twee maanden later, toch graag weer zouden willen vertrekken. Max, die bijna de helft van zijn eerste twee levensjaren met zijn ouders en zussen heeft rondgezworven, had het veel moeilijker met aanpassen. De herinneringen aan binnen zitten in een crèche waren te ver weg. Hij vond de nieuwe plek in de drukke stad, die we thuis noemden, zonder zijn vertrouwde reisgezellen in de buurt niet echt leuk en wilde liever verder de wereld rondtrekken. Het is dus tijd voor nieuwe plannen. De volgende reis doen we absoluut weer met fiets en tent. En daar zijn de kinderen het ook helemaal mee eens. Ze hebben het fietsreizigersvirus al vroeg te pakken.

 

Tekst: Johnny Teuchies; Beeld: Johnny Teuchies en Marlies Lenaerts
Bron: De Wereldfietser/De Vakantiefietser, winter 2014