De Tour d'Europa van de dappere duo's

Ooit was het een mooie droom, daarna een geweldige belevenis en nu een dierbare herinnering. Annelies en Björn vertrokken begin juli 2016 met hun kinderen Vic en Liv (toen 7 en 9) voor een fietstocht van 14 maanden door Europa. “Velen zien alleen de bezwaren, wij beslisten ervoor te gaan. En we leerden: met een beetje flexibiliteit wordt véél mogelijk.”

Waarom gooit iemand zich in een dergelijk avontuur?

We wilden vooral afstand nemen van de hectiek van het dagelijkse leven en tijd uittrekken voor ons gezin. Eigenlijk waren wij vroeger niet zo’n enthousiaste reizigers. Tot fietsvakanties helemaal ons ding bleken: je geraakt in een ander ritme, vertoeft in de natuur en kan wel wat afstanden overbruggen. We hebben zo de Noordzeeroute en de Loireroute afgelegd, en daar enorm van genoten. Dat heeft een denkproces op gang gebracht. Eerst zagen we tal van obstakels, maar die bleken verre van onoverkomelijk. We hebben tijdskrediet opgenomen, ons huis laten bewonen door iemand van de familie, en zijn op pad gegaan. Uiteraard hebben we ook de kinderen betrokken in het beslissingsproces. Zij zagen ons voorstel heel erg zitten – anders waren we er niet aan begonnen.

 
 
 
 
 
 
 

Vanwaar de keuze voor duofietsen?

Als je de kinderen zelf laat fietsen, wordt je actieradius meteen een stuk kleiner. Ook de veiligheid speelde mee: je kan niet verwachten dat kinderen op onbekend terrein een hele dag superalert zijn. Voor een aanhangsysteem waren ze te groot. Op een fietsbeurs hebben we Pino Hases getest, en die bleken ideaal. Het enige nadeel was de prijs. Gelukkig hebben we twee goede tweedehandse exemplaren op de kop kunnen tikken. In het begin bleven de kinderen op ‘hun’ fiets en wisselden wij om de week. De trailer bleef altijd bij Björn. Op een bepaald moment kreeg één fiets een deuk in het frame en durfden we er geen trailer meer aanhangen. Toen zijn er vaste duo’s ontstaan: de jongens en de meisjes. Of: de ‘sterken’ en de ‘slappen’.

Oei, zat er zoveel verschil op?

Vaak wel, maar dat vond niemand erg. Het belangrijkste was dat we op ons eigen tempo konden fietsen. Meestal konden we toch niet naast elkaar rijden, en was een conversatie met z’n vieren uitgesloten. De kinderen trapten mee, maar om eerlijk te zijn compenseerden ze hun eigen gewicht totaal niet (gelach). Nu, we blijven fan van de Pino Hases. Geregeld wordt er nog één van stal gehaald, bijvoorbeeld om Vic naar het voetbal te brengen.

In hoeverre hadden jullie de route op voorhand vastgelegd?

De belangrijkste factor om rekening mee te houden was het weer. Het was logisch om de koudere maanden in Zuid-Europa door te brengen, en de warmere in het noorden. Bovendien wilden we het mooiste – zo dachten we toch – voor het laatst bewaren, namelijk Scandinavië. De concrete trajecten werkten we veelal onderweg uit, aan de hand van bestaande langeafstandsroutes en eigen improvisatie. Die bestaande routes leverden soms wel problemen op. In Engeland heeft men de gewoonte fietspaden verkeersvrij te houden met dubbele hekjes. Daar geraakten wij met onze duofiets-met-trailer nauwelijks of niet door. Meestal bepaalden we ’s avonds op smartphone de route voor de volgende dag en zetten die dan over op een fiets-gps. Onderweg zijn we trouwens fervente gebruikers geworden van Osmand.We hebben die app leren kennen in Italië. Niet alleen handig om je route uit te stippelen, maar ook om een winkel of slaapplek te vinden! Ons oorspronkelijke idee was om op midzomernacht aan de poolcirkel te staan. Dat hebben we vrij snel laten varen: we wilden geen slaaf worden van onze planning. ‘Plannen zijn er om gewijzigd te worden’, dat motto past meer bij ons.

Kregen jullie ook tegenvallers te verwerken?

Het weer was de voorbije lente niet fameus. In mei hebben we in de Baltische staten nog door smeltende sneeuw gefietst. In Stockholm zijn we met Liv in het ziekenhuis beland. Ze kreeg plots last van dubbel zicht, en de dokters vonden geen verklaring. Gelukkig is het vanzelf overgaan. Op technisch vlak hebben we niet te klagen gehad: een tiental lekke banden, 19 gebroken spaken en vijf kettingbreuken, dat valt al bij al nog mee.

Jullie hebben een voorkeur voor kamperen. Lukte dat altijd?

Bijna zeven nachten op tien hebben we in de tent doorgebracht. We hadden ons een lichtgewicht tent met twee compartimenten aangeschaft, één voor de ouders en één voor de kinderen. In Portugal begonnen de naden van het dekzeil te lekken, maar de fabrikant heeft ons heel correct een nieuw bezorgd. Waar we niet op gerekend hadden, was de condens. In de koudere maanden mochten we elke ochtend de tent droogwrijven met vodden. Enkele keren hebben we een overnachting geboekt via Airbnb of Warmshowers. Dat netwerk is helaas minder afgestemd op gezinnen met kinderen, maar het heeft ons wel enkele onvergetelijke ontmoetingen opgeleverd. In Murcia logeerden we bij een stel ornithologen. Van hen kregen we een initiatie vogelspotten in de salinas van San Pedro del Pintar. De tent leverde ons een grote vrijheid op. Ze liet ons ook toe in te gaan op allerlei last minute logeervoorstellen die ons pad kruisten. Dat maakt deel uit van het avontuur.

Hadden jullie bepaalde afspraken gemaakt met de kinderen?

We hebben van meet af aan duidelijk gemaakt dat we op reis gingen, niét op vakantie. Dat betekent: elke avond min of meer op tijd in bed, en niet elke dag een ijsje of op restaurant. Anders ben je op het einde moe, dik en arm… Natuurlijk kon er af en toe wel eens een ijsje af, maar als echte trekkers kochten we dat gewoon in de winkel. We hadden een budget vooropgesteld van € 84 per dag. Uiteindelijk hebben we gemiddeld € 70 uitgegeven. Op den duur bleken de kinderen heel begaan met het budget, en vroegen ze zelf of een traktatie ‘wel in ons budget paste’. Verder hadden we ook afgesproken dat we geen cadeautjes zouden kopen voor verjaardagen en dergelijke. In de plaats investeerden we in ervaringen – we deden bijvoorbeeld een leuke uitstap. Ten slotte had ook iedereen recht op een offday, maar die mocht dan ook maar één dag duren.

De kinderen moesten ook hun schoolwerk bijhouden.

Vic heeft tijdens onze reis de leerstof van het tweede leerjaar verwerkt, en Liv dat van het vierde. Gelukkig zijn dat grotendeels ‘herhalingsjaren’. We hadden de nodige leerboeken en –schriften mee, samen goed voor vijf kilo. Elke maand moest voor elk vak één hoofdstuk verwerkt zijn. Als beloning kregen de kinderen dan een euro. Dat is telkens gelukt, al moest naarmate de deadline naderde het tempo soms danig worden opgedreven. Soms kwamen er zelfs traantjes aan te pas. Livs laatste lesdag was heel zwaar: we zaten op een idyllisch strandje, waar zij nog staartdelingen moest oefenen. Wanneer een handboek uit was, werd het verbrand. Dat gebruik pikten we op tijdens onze tocht naar Finisterre, waar je wordt aangemoedigd alle ballast overboord te gooien. In september zijn de kinderen zonder problemen mogen overgaan naar het volgende leerjaar.

Jullie hebben veel aandacht besteed aan de paklijst. Zou je er vandaag toch iets aan veranderen?

We zeulden zo’n 80 kg bagage mee, misschien hadden we wat te veel kleren mee. Achteraf bekeken hadden we ook onze laptop thuis kunnen laten. We hebben ons perfect uit de slag getrokken met de smartphone. De computer hebben we eigenlijk alleen gebruikt om onze belastingaangifte in te dienen. En dat hadden we vast ook bij een Warmshowerhost kunnen doen. Volgende keer investeren we misschien ook beter in donzen slaapzakken, want bij momenten was het ‘s nachts erg koud.

Annelies, jij deed haast dagelijks verslag van jullie belevenissen op je blog.

Ja, sinds de geboorte van Liv ben ik een fervent blogster. Ik schrijf over alles wat me bezighoudt en waar ik gelukkig van word. Logisch dus dat ik dat wilde voortzetten. Het was een handige manier om contact te houden met het thuisfront, dat veelvuldig reageerde op onze posts. Tijdens de trip zijn er heel wat onbekende volgers bijgekomen. Soms bleken die in de buurt te zijn, en nodigden ze ons uit voor een ontmoeting. In Denemarken zijn we zo zelfs enkele dagen in iemands vakantiehuisje blijven logeren.

Welke landen staken er, in fietsopzicht, bovenuit?

Toch wel Scandinavië en de Baltische landen. Er zijn haast geen aparte fietspaden, maar er is ook veel minder verkeer. Fietsen in Kopenhagen was geweldig tof: brede fietspaden en gemakkelijk fietsen. Je ziet er ook alle soorten fietsen: riksja’s, bakfietsen, tandems en héél veel cargofietsen, leuk om te zien. Iedereen rijdt er ook meer ontspannen dan bijvoorbeeld in Amsterdam. Italië was ons afgeraden maar viel mee, tenminste als je oplet voor de diepe putdeksels op de baan. In Portugal raasden de auto’s soms op een zuchtje naast ons door. In Spanje kregen we veel meer ruimte. Misschien is de wetgeving daar strenger.

Zijn jullie tijdens de reis als gezin naar elkaar toe gegroeid?

We zijn inderdaad een hechter team geworden. Voordien waren er wel eens discussies tussen ouders en kinderen, nu hadden we hetzelfde doel voor ogen. Wij waren de ‘dappere duo’s’ die elkaar oppepten als het moeilijk ging. Eigenlijk leefden we veertien maanden in een heerlijke bubbel. Het viel trouwens op dat je veel minder behoefte hebt aan me-time als de dagelijkse stress wegvalt. Je hebt gewoon veel meer draagkracht als je ontspannen in het leven staat.

Is jullie voorheen al minimalistische levensstijl door deze reis nog aangescherpt?

Absoluut. We waren voor ons vertrek al serieus aan het ‘ontspullen’, maar op reis hebben we beseft hoe weinig je écht nodig hebt. Hoe minder spullen, hoe simpeler het leven… Na onze terugkeer hebben we de plaatselijke weggeefgroep op Facebook serieus gespamd. We vinden het wel leuk dat onze spullen een nieuw leven krijgen. Om het op zijn Marie Kondo’s te zeggen: “Het doel van spullen is om gebruikt te worden, ze zijn contenter als ze in gebruik zijn dan wanneer ze ongebruikt in de kast liggen.”


De keuze van Vic en Liv

1. Wilde paarden in het New Forest

“In dit natuurgebied, in het zuiden van Engeland, zijn wilde paarden uitgezet. Je vindt ze overal, tot op de campings toe. Even leek het erop dat we er niet konden kamperen. Op het eerste kampeerterrein was je enkel welkom als je een chemisch toilet bij had. Gelukkig konden we op een volgende camping wél terecht. We vonden er een plekje tussen de bomen, dat uitgaf op een graasveld. De paarden liepen gewoon tussen de tenten. Eén struikelde zelfs over een van onze spandraden.” 

2. Ontmoeting met Manus

“Op de Camino lopen heel wat zwerfhonden rond. Eéntje bleef ons maar volgen. Mama grapte: “Als je bij ons wil blijven, moet je ons manusje-van-alles zijn”. Zo had hij meteen een naam. Manus volgde ons meer dan tien kilometer. We reden veel door mul zand, dus kon hij ons gemakkelijk bijhouden. Hij wou zelfs mee naar de winkel en was dolblij met een stukje worst. ’s Avonds, bij de albergue, moesten we afscheid nemen. Hij mocht er niet in. Dat was wel een heel triest moment.’

3. Pompeï

“Het is indrukwekkend hoe goed alles uit de tijd van de Romeinen daar bewaard is. Bij de uitbarsting van de Vesuvius stierven zo’n 2.000 mensen. Ze kwamen in een aslaag terecht, die later versteende. Hun lichaam is vergaan, maar gipsafgietsels brengen hen precies weer tot leven. We bezochten ook het Forum Romanum, maar daar was eigenlijk veel minder overgebleven.”

4. Shelters in Estland

“In Estland hebben we vaak in houten shelters geslapen, op mooie, afgelegen plekken. Meestal hadden we die voor ons alleen. We konden er vuur maken en soms was er ook water voorhanden. De mooiste lagen aan de oever van de Baltische Zee. Dat is een zee met bijna geen golven en weinig zout. We doken er steeds meteen in!”

5. Aangekomen in Legoland

“Doordat oma ons met de auto is komen ophalen, konden we langer in Scandinavië blijven. Mama en papa kwamen op het idee de tocht te laten eindigen in Legoland. Daar hebben we héél hard naar uitgekeken. We zijn er twee dagen gebleven. Zelfs in de wachtrijen voor de attracties kan je met Lego spelen. Maar we hebben amper moeten aanschuiven, want de Deense kinderen zaten die dag op school…”

Interview: Steven Vermeylen - Foto's: Annelies Claes
Bron: Op Weg 2017 6