Fietsen met kinderen? Gewoon doen!

LAND/REGIO: Nederland, België, Frankrijk en Spanje
LEEFTIJD KIND(EREN): 14 maanden
PERIODE: 7 maanden


Toen ik begon te lopen, kocht mijn vader een vouwwagen, want daarin kon het beweeglijke ventje dat ik was niet bij de keuken komen. Jaren later hadden we zelf zo’n ventje van veertien maanden en reden we met Joris in de fietskar in zeven maanden naar Gibraltar. Wij wensen iedereen zo’n geweldige ervaring toe.

Dat fietsen met kinderen soms wat voeten in de aarde heeft, valt niet te ontkennen. Maar met de stelregel dat er één ouder voor het kind is en de andere ouder zich bezighoudt met zaken zoals de tent opzetten, koken en aan de fietsen sleutelen, gaat het uitstekend. Maar houd je aan die regel, want de twee keer dat we er ons door vermoeidheid niet aan houden gaat het bijna mis. En wat voel je je dan een slechte ouder. Maar ja, thuis gebeuren er ook wel eens bijna-ongelukken, dus dáárom hoef je een fietsreis niet te laten.

Minder veeleisend

Verder is op fietsreis zijn met een jong kind gemakkelijker dan het lijkt. Kinderen zijn minder veeleisend dan hun ouders en zolang papa en mama in de buurt zijn, vinden ze het vaak allang best.

Wij maken ons soms zorgen of het in de tent niet te koud is, hijsen Joris in twee slaapzakken en leggen hem voor de zekerheid tussen ons in onder onze gezamenlijke slaapzak. Daardoor liggen wij aan de kant gedrukt, half naast de matjes te bibberen, terwijl hij met zijn armen breed ligt uitgespreid om zijn warmte kwijt te raken.

Slapen lijkt voor kinderen sowieso gemakkelijker. Als we een stuk van de Camino de Santiago rijden en we in albergues slapen, worden wij op de slaapzalen geregeld wakker van alle snurkende mensen en van nachtelijk toiletbezoek. Maar Joris niet hoor, die slaapt altijd als een roos. Zolang hij maar zijn eigen Tatteljee-bedje heeft, slaapt hij overal, behalve die ene keer als hij net wakker wordt wanneer iedereen de slaapzaal in komt om te gaan slapen. Joris wordt wakker en begin te huilen. Om de anderen niet te storen nemen we hem mee naar buiten tot hij weer inslaap valt. De volgende ochtend krijgen we een compliment: “We hebben helemaal geen last gehad van de kleine man.” “Nee, dat komt omdat wij van tien uur tot half twee buiten rondjes hebben gelopen met Joris op de arm.” En dan mag je de volgende ochtend weer vroeg op stap voor de volgende dagetappe!

Gieren van plezier

Het gemene van dat soort nachten is dat Joris vervolgens zijn slaaptekort in de fietskar wegwerkt, terwijl wij in het zadel zitten. Als je afstapt, dan staat hij in de kar te springen van de energie: “papa, mama, spelen!” En daar heb je soms even geen zin in als je net een pas hebt beklommen. Gelukkig zijn er onderweg altijd speelplaatsen te vinden waar Joris zich helemaal kan uitleven. En hiermee bedoelen we niet alleen wipkippen, schommels en glijbanen, maar vooral zand, steentjes en (stromend) water. Als er dan ook nog ergens een lege fles ligt die als bootje kan dienen, is het met zijn allen gieren van plezier.

Ook populair is het spelen met de echo. In een bos of een goed gevormd dal heb je de mooiste echo’s en dat wist Joris al voordat hij kon praten. Zo’n wilde kindergil komt steeds weer terug en als het geluid even te eng wordt, doet papa wel mee met een vriendelijke brul. Jammer alleen dat we daarmee een pavlovreactie aankweekten: echo is gillen. Als je onderweg een aantal mooie kathedralen wilt bezoeken, is dat ook niet zo handig. Want kerken hebben vaak zo’n mooie akoestiek en dat leidt soms tot boze gezichten.

Boze oma

Eén keer worden we ook echt boos aangesproken, gelukkig niet in een godshuis, maar ergensbuiten. Deze oude Spaanse dame vindt dat het echt winter is, ondanks dat het vijftien graden is en de zon schijnt. Zij is dan ook dik ingepakt in haar bontjas, terwijl wij in een T-shirtje fietsen. En juist op dat moment poept Joris dwars door zijn luier heen. De klodders lopen langs zijn beentjes tot in zijn slofjes. Dus wat doe je dan als Hollandse fietsouders? Hup, meteen broek uit, de boel schoonmaken met een vochtig doekje en aankleden. Dat kan toch echt niet volgens de boze, bibberende, Spaanse oma. Ze staat op het punt om de kinderbescherming te bellen, maar bindt toch in als Joris zijn mooiste engeltjesglimlach tentoonspreidt. En hoe leg je daarna uit dat wij niet willen dat ze hem vervolgens met koekjes volstopt?

Zo leidt fietsen met een kleintje altijd tot grappige ontmoetingen en situaties, net zoals thuis. En ja, soms gaat er wel eens iets mis, net als thuis. Maar bijna niets weegt op tegen het zien opgroeien van je kind terwijl je op reis bent. Dus als je van plan bent om te gaan fietsen met kinderen is ons advies: gewoon doen.

 

Tekst: Jurgen Ooms; Beeld: Barbara Mansvelt en Jurgen Ooms
Bron: De Wereldfietser/De Vakantiefietser, winter 2014