Langs en over de Karpaten (2)

LAND/REGIO: Roemenië, Hongarije, Slovakije en Polen
LEEFTIJD KIND(EREN): 5 en 6 jaar
PERIODE: 1 maand


In deel 1 kon je lezen hoe we vanuit Roemenië, Hongarije en Slovakije vlakbij de Poolse grens belandden. Om Warschau, het eindpunt van onze tocht, te bereiken, moeten we echter nog de heuvels van Małopolska over.

Grensmassatoerisme

We slagen erin een autoluwe fietsroute naar de Slowaaks-Poolse grens te vinden, over het historische Levoča en via een asfaltweg de bossen in. De weg heeft duidelijk betere dagen gekend en wordt vandaag grotendeels misbruikt door grote opleggers, beladen met boomstammen. Het wisselvallige weer is verdwenen en gezapig fietsen we door kleine dorpjes die de vaart der volkeren wat gemist lijken te hebben. Uiteindelijk doen we nog een pittige klim tot 950 m, waarna we ons tot aan de camping laten uitbollen.

We zitten aan de rand van het Pieninský národný park, dat stevig wat wandelaars trekt. Maar de toeristische attractie is een vlottentocht door de Dunajec-kloof, knal op de grens tussen Slowakije en Polen. In de zomer varen de vlotten er letterlijk in de file. We observeren de gekte vanop een prachtig fietspad langs de rivier. Zo fietsen we tussen de steile rotswanden Polen binnen.

De eerste Poolse stad, Szczawnica, is meteen een shock: een overrompeling van dagjestoeristen, honderden wagens en files… er is geen ontsnappen aan. We moeten echt wennen aan de drukte van het verkeer en doorheen de heuvels van het Zuid-Poolse Małopolska, letterlijk ‘Klein Polen’, schijnen alle zijwegen supersteil te zijn. We poten onze tent neer op een camping in het gezellige Stary Sącz, waar we op het marktplein genieten van ‘pierogi’, dumplings van aardappelzetmeel gevuld met allerhande lekkers.

Heuvels en dieptes

In het nabijgelegen Nowy Sącz bezoeken we een ‘skansen’, een Poolse variant op Bokrijk. Tientallen vrijwilligers leiden er toeristen rond door de houten huisjes die er in een mooi, natuurlijk kader tot hun recht komen. Eénmaal terug op de camping bestuderen we de kaart aandachtig, om minder drukke wegen te vinden naar Krakau, onze volgende grote bestemming. Dat lukt vrij goed en ’s avonds slapen we in de tuin van een supervriendelijke familie. Bent en Marie spelen er in het hooi en het uitzicht over de heuvels van Małopolska is ronduit schitterend. Bent mag even op de elektrische quad van de kleinste uit het gastgezin. “Nog beter dan fietsen”, oordeelt hij.

We zwoegen verder in een stevige hitte met hellingsgraden die vaak vele malen groter zijn dan in de Roemeense of Slowaakse Karpaten. Onze volgende stop zijn de zoutmijnen van Wieliczka, een twintigtal km ten zuidoosten van Krakau. Vandaag is de zoutmijn eerder een goudmijn, dankzij het toerisme. Ook wij worden op uiterst gestroomlijnde wijze in een klein deeltje van het meer dan 200 km lange ondergrondse gangensysteem rondgeleid. We vergapen ons aan standbeelden uit zout en een volledige kathedraal én verwonderen ons over het feit dat we zomaar van de muren mogen likken. Dat laatste wordt actief gepromoot, want het doet allicht de inkomsten in de ondergrondse cafetaria’s de hoogte in schieten. Als uitsmijter krijgen we in een cinemazaal, op 100 m diepte, nog een 3D-voorstelling en kunnen we ons uitleven op allerhande interactieve spelletjes.

Krakau en omgeving

Dankzij Open Cycle Map vinden we een fietsroute om nagenoeg autovrij langs kleine wegjes, door parkgebieden en industriële brousse tot in het centrum van Krakau te geraken. We slapen er bij Miłosz, een Poolse fietsactivist, die ons uitlegt dat hij in zijn stad uitgaat met een step. “Dan kan ik een pintje drinken, want de Poolse politie laat ook fietsers blazen.” Tijdens ons bezoek aan Krakau blijft het snikheet. Het historische stadscentrum ziet zwart van het volk en kan ons niet echt bekoren. Het voormalige Joodse district Kazimierz echter wel: toffe cafés en winkeltjes en échte huizen. Minder afgelekt ook. Miłosz introduceert ons in het concept van de Poolse ‘milky bars’, heel eenvoudige eetgelegenheden waar je tegen een spotprijsje traditionele Poolse gerechten kan eten. Verwacht je aan pannenkoeken met zoete witte kaas, dat soort zaken!

We verlaten Krakau en fietsen naar het landschapspark ‘Krakau Valleien’, een verzamelnaam voor een reeks dolines. Het kalkgebied is bijzonder populair bij rotsklimmers en niet geheel toevallig staan we dus op de camping van een klimmersclub. De hele dag door zien we enthousiaste klimmers aan de imposante rotsen bengelen. Wij kiezen voor een dagje rust en een eenvoudige rondwandeling. De koelte van de dolines bezorgt ons een aangename afwisseling op het snikhete weer. Op de relaxte camping mag je zonder problemen voor je tent een klein kampvuurtje maken, wat het hele gezin erg tof vindt.

Zwarte Madonna

De kuitenbijters van Małopolska blijven maar duren wanneer we doorfietsen naar Ojców (spreek uit: Oj-tsoef!). We doorkruisen er het kleinste nationaal park van Polen en passeren een enorme processie naar de zwarte madonna van Częstochowa. Tientallen groepjes van telkens een kleine honderdtal mensen, begeleid door een priester en voorzien van rugzakken met luidsprekers leggen vanuit alle hoeken van Małopolska een meerdaagse voettocht af naar het heilige beeld. We steken groepen voorbij die ons aanmoedigen met “Allelujah!”, anderen prevelen gebeden en nog anderen zingen liedjes, begeleid door een gitaarspelende pastoor. Terwijl we verder naar het noordoosten fietsen, veranderen de dolines in een heuvelend landschap met uitgestrekte graanvelden. Als het weer ’s avonds iets minder heet wordt zijn honderden boeren actief op pikdorsers en tractoren om de oogst binnen te halen. Geen camping in de buurt te bekennen, dus we slapen nog eens bij mensen in de tuin.

Biertuin

Onze volgende bestemming is het Nationaal Park Heilig-Kruisgebergte. Geologisch is dit één van de oudste berggebieden van Europa, al reiken de toppen amper 600 m hoog. Een korte stop in Chmielnik is nodig om nog eens drie spaken te laten repareren in het achterwiel van de dames-Koga. Kostprijs amper 3 euro! Na een dagtocht van 75 km komen we aan bij het meer van Borków, om er vast te stellen dat de camping al enige tijd gesloten is. Geen nood, na een kwartiertje rondfietsen sluiten we al aan bij de barbecue van een Poolse familie. We mogen niet alleen in hun tuin kamperen, maar worden ’s ochtends ook vergast op een uitgebreid ontbijt.

Het Heilig Kruisgebergte lonkt. Snikheet is het. Er lopen geen fietspaden door het gebergte zelf, dus maken we een rondje. Op het heetst van de dag zoeken we de schaduw op in een soort geïmproviseerde biertuin met hangmatten en met de lokale doordrinkers. Er steekt een briesje op en de hemel betrekt. We hopen verderop in het bos op een uitgeruste bivakplek terecht te komen. Helaas, op het aangegeven punt is helemaal niets te vinden. Bovendien zijn de wegen door het bos ronduit slecht en begint het erg hard te waaien. Zo snel mogelijk verlaten we het bos en zoeken we de bewoonde wereld op. Net op tijd om te schuilen!

Paardenboerderij

Dankzij archiescampings.eu beschikken we over een uitgebreid bestand van campings over heel Europa. We wagen een gokje en zoeken zonder echt te weten of je er al dan niet kan kamperen een gemarkeerd punt op, ‘Manoah Highland Ponies’. Het blijkt een voltreffer te zijn: een paardenboerderij (Maries meisjeshart begint al sneller te kloppen!) mét authentiek vakantiehuis en een piepkleine camping voor twee tenten.

Het vakantiehuis is bezet, maar op de camping is er plaats. De eigenaars blijken een Nederlands koppel, dat bijna 20 jaar geleden naar Polen emigreerde. ’s Avonds zitten we met alle gasten rond het kampvuur. Onze gastheren vertellen hoe snel deze streek veranderde na de aansluiting bij de Europese Unie: emigratie, houten huizen die verdwenen, het asfalteren van wegen en vooral de explosieve groei van personenwagens.

Uiteindelijk blijven we drie volle dagen op Manoah: luilekkeren in de hangmat en wandelen in de buurt. In het bos op de heuvels is er schaduw en zijn er rotspartijen waarop Bent en Marie naar hartenlust kunnen klimmen. Water halen we bij een veldbron. We eten verbluffend Pools bij een achterbuurman-landbouwer. Marie en Bent krijgen zelfs een ritje op de pony’s erbovenop. Ook tof is dat er andere gasten zijn waarmee de kinderen kunnen babbelen. Na al die tijd nog eens Nederlands spreken (behalve dan tegen mama en papa) zorgt voor een enorme woordenvloed.

Droge appels

De laatste 200 kilometer tussen Bodzentyn en Warschau willen we op twee dagen afleggen. Het reliëf lijkt nagenoeg vlak en de kaart maakt amper melding van bezienswaardigheden. En ja, het gaat inderdaad erg vlot. Na ongeveer 35 kilometer zijn we de heuveltjes uit en fietsen we het platteland van Mazovië binnen. Dat is gevarieerder dan we gehoopt hadden, maar tegen de avond komen we in een uitgestrekt tuinbouwgebied terecht. Zover het oog kan reiken zien we enkel appelbomen. Deze streek is dan ook dé appelboomgaard van Europa. Logischerwijs belanden we die avond, na meer dan 110 km fietsen, in de tuin van een appelboer. We krijgen kleine, smakelijke appeltjes aangeboden. Hun kleine formaat weerspiegelt echter een stevige kopzorg voor de Poolse appelboeren: de droogte. Sedert eind april is er amper water gevallen en voor half augustus blijft het ongewoon warm. Allicht belanden de appels in de fruitpers, een stevige streep door de rekening van de boeren.

From Warschau With Love!

Er rest ons nog een stevige fietsdag naar Warschau, maar het valt na de inspanning van de dag ervoor toch vrij zwaar. De vermoeidheid, dat zeker, maar ook een slepend achterwiel. Nog maar eens drie kapotte spaken, deze keer vlakbij elkaar.

We houden nog een tiental kilometer vol tot we in Wilanów, een voorstad van Warschau, beroep doen op een fietsenmaker. Die staat vol verwondering te kijken naar ons achterwiel en de variatie aan spaken: “Misschien wordt het tijd voor een nieuw achterwiel als jullie thuis zijn, want de velg is een beetje geblutst!”

Warschau verrast ons in aangename zin: het is een open en groene stad met een mooi basisnet aan fietspaden en een levendige atmosfeer. De Wisła is hier een halve kilometer breed en de oevers zijn ongetemd wild met rietkragen en keienstranden. Bent en Marie kijken hun ogen uit wanneer de eekhoorns in de stadsparken dollen met elkaar. Het Warmshowers-netwerk bewijst alweer zijn diensten: we slapen die avond op het gezellig appartementje van een fietskoerier. Nog één dagje genieten we met volle teugen van de melkbars, de koelte van de stadsparken en het fietsen over de machtige bruggen van de Wisła. Een dikke 1800 km hebben we op onze teller staan wanneer we méér dan voldaan op de nachttrein huiswaarts stappen.

 

Tekst en foto’s: Steven Clays en Katrien Verstraeten
Bron: Op Weg 2016 3