Van generatie op generatie

LAND/REGIO: Nederland, België, Luxemburg en Frankrijk
LEEFTIJD KIND(EREN): 10, 11 en 12 jaar


Negen jaar zal ik zijn geweest, toen mijn vader en zijn vrouw Esther ons vroegen of we op fietsvakantie wilden. Esther had al veel verhalen verteld over de fietsreizen die zij als kind met haar familie maakte. Ze vertelde over de vele kilometers die ze per dag maakten en het heerlijke eten waarop in het mooie buitenland niet werd bezuinigd. Dat wilden mijn zus, broer en ik wel.

 

Aan mijn vader de taak om drie goede kinderfietsen klaar te maken. Iedere fiets kreeg een fluorescerende vlag en zo vertrokken we in colonne. Mijn zus met een fluitketel op haar voordrager en mijn broer met een badmintonset onder zijn snelbinders. Zo maakten we een ronde in Zuid-Limburg. We fietsten ongeveer 25 tot dertig kilometer per dag en in de middag werden de tenten opgezet. Daarna moesten de fietsbroeken uit voor de handwas. We moesten alle drie wennen aan het idee om met onze blote billen in een sportbroek te stappen, wat vooraf nog voor de nodige discussie had gezorgd. De middagen stonden in het teken van spelen, zwemmen of kasteeltjes bezoeken, waarbij we ieder een eigen (wegwerp)camera hadden gekregen om onze belevingen op de gevoelige plaat vast te leggen. We sliepen op schuimmatjes en aten iedere avond van oranje plastic borden op onze slaapmatjes, die buiten lagen uitgespreid.

Rustig blijven

Jaren later leer ik mijn huidige vriend kennen. Paul is fietsenmaker en samen maken we plannen voor een fietsvakantie naar Zuid-Frankrijk. Van mijn ouders lenen we de oude fietstassen, evenals de grote tent van tien kilo waarin we zelfs de fietsen kunnen binnenzetten, de pannen en de oranje plastic borden. Eenmaal op de fiets heb ik het zwaar, heel zwaar. Het is erg warm. Wat mijn ouders mij al die jaren terug hebben geleerd, zit nog altijd in mijn hoofd. Een innerlijke stem zegt 'tijdens het klimmen niet harder dan vijf kilometer per uur, rustig blijven fietsen, rustig blijven’.

Dordogne, 1997

Een jaar na onze fietsvakantie in Zuid-Limburg vertrokken we naar de Dordogne. Drie weken lang en reuze spannend allemaal. Mijn paars-roze fiets met achttien versnellingen werd doorgeschoven naar mijn broer, die met wat gesputter uiteindelijk instemde. Mijn zus had de oude trekkingfiets van Esther met veertien versnellingen overgenomen en ik kreeg een nieuwe, witte mountainbike met 21 versnellingen.

Dat onze karakters totaal verschilden, werd tijdens de tocht wel duidelijk. Mijn broer kon geweldig klimmen. Hij fietste in het lichtste verzet rustig naar boven en kwam uiteindelijk, letterlijk fluitend, als eerste boven aan. Vals plat was voor hem de grootste frustratie.

Mijn zus daarentegen had moeite met klimmen. Voordat het steiler werd, maakte ze altijd flink snelheid en als ze niet meer kon trappen, stapte ze af en liep ze de rest van de klim naar boven. Op vlakker terrein ging het fietsen haar heel goed af en had ze geen last van haar beperkte keuze in versnellingen. En ik, met de beste fiets, begon bij steilere stukken als een onnozele te trappen. Totdat ik moe werd en gefrustreerd afstapte om verder te lopen en te jammeren dat het duwen ook zwaar was. Esther steunde mijn broer als we over vals plat fietsten. Mijn vader duwde mijn zus omhoog of gaf haar nieuwe zetjes als ze niet meer verder kon. En mijn ouders leerden me hoe ik rustig moest blijven en in het laagste verzet moest fietsen, zodat we niet vijf kilometer omhoog hoefden te lopen.

Achteraf gaven mijn ouders toe dat het toch wel pittig was om met drie kinderen in de leeftijd van tien, elf, en twaalf jaar op fietsvakantie te gaan – ook omdat de eerste puberperikelen de kop al opstaken.

Zuid-Frankrijk, 2009

Ondanks de herinnering aan mijn vaders tips kom ik met mijn fiets amper omhoog en ben ik binnen een paar meter buiten adem. Lopend krijg ik de volgeladen fiets amper omhoog geduwd. Het is hopeloos en na de derde dag geven we het op. De paniek is dan tot een hoogtepunt gestegen omdat onze watervoorraad tijdens een pittige klim is opgeraakt en ik door de hitte bevangen raak. Met trillende benen hou ik een auto aan en in mijn beste Frans vraag ik om water, totdat ik in huilen uitbarst. Deze Franse mensen zijn zeer behulpzaam en bieden ons drinken en eten aan. We besluiten opnieuw af te dalen. Om te komen waar we nu zijn hebben we de hele dag bergop geploeterd, maar we hebben maar een uur nodig om weer beneden te komen.

Mijn vaders advies om het eerste jaar in Nederland te gaan fietsen, hebben we in de wind geslagen. Achteraf gezien is dat het beste advies dat ik ooit heb gekregen.

Thuis zetten we onze fietsen met bagage maar eens op de weegschaal. Mijn fiets blijkt met bagage zo'n 45 kilo te wegen. Véél te zwaar voor mijn kleine lengte en geringe gewicht. We houden moed en proberen nog een fietsvakantie. We kopen een lichtgewicht tent, nieuwe waterdichte tassen en laten veel spullen thuis. Nadat we eerst een paar weekendjes in Nederland zijn gaan fietsen – en dus mijn vaders advies hebben opgevolgd – vertrekken we vanuit huis voor een mooie tocht naar Luxemburg en terug.

Onze derde fietsvakantie wordt een groot succes. De katoenen slaapzakken worden vervangen voor donzen, zodat de kou ons niet meer kan wakker houden. We fietsen in tweeënhalve week naar Zuid-Frankrijk. We hebben er drieënhalve week voor uitgetrokken en onze voorbereidingen en nieuwe ervaringen brengen ons tot het punt dat we volop kunnen genieten. Dit smaakt naar meer.

Uit de kast

Een klein jaar later vertrekt Paul samen met een vriend vanuit huis naar China. In zes maanden tijd doorkruisen ze Duitsland, Polen, Oekraïne, Rusland, Kazachstan en China. Na zijn thuiskomst maken we gelijk nieuwe plannen en vertrekken drie maanden later naar Nieuw-Zeeland. Wij zijn om. Mochten we het geluk hebben om in de toekomst kinderen te krijgen, dan gaan ze gewoon mee op fietsvakantie. De ervaringen van mensen met kinderen zijn over het algemeen heel positief. Gezinnen maken over het algemeen wat minder kilometers, maar verder verandert er niet zoveel. Kamperen, koken in de buitenlucht en genieten van alle geuren, kleuren en geluiden op de route.

Door onze verhalen is het bij mijn ouders weer gaan kriebelen. Na aanschaf van een nieuwe kinderfiets voor mijn zusje van acht jaar oud trekken ze er volgend jaar weer op uit. Na vijftien jaar halen ze de fietstassen weer uit de kast.

 

Tekst en beeld: Yvette Verlaan
Bron: De Wereldfietser/De Vakantiefietser, winter 2014