Over de appel en de boom

Elke ouder geeft zijn kinderen graag een stukje van zijn levensfilosofie mee. Wanneer je als gezin tien jaar lang de wit-rode streepjes van GR 5 naar de Middellandse Zee volgt, dan hoop je dat er iets blijft hangen van dat trekkersgevoel. Toch maken vader en zoon Lauwerier vandaag totaal verschillende fietsreizen. Hoe ver is de appel van de boom gevallen?

 

ZoonVaderPortret

Vader Johan vult geregeld de kolommen van dit tijdschrift. Soms met een wandelverhaal, de laatste jaren vooral met fietsreportages. Cols mijdt hij (en aan de e-bike wil hij – nog? – niet), maar de grote Europese fietsklassiekers staan op zijn palmares: de Donauroute, de Loire, Bourgogne, Canal du Midi, Elbe, … Zoon Toby fietste vorige zomer van Gent naar Istanbul. 4900 km (maar wel via de Stelvio). Vroeger stak mama voor elke dag één pakje propere kleren in zijn rugzak, vandaag fietst hij een maand lang door Europa met niet veel meer dan één paar kleren. Zijn motto: #neverstopriding. Zijn volgende bestemming: Moskou. Zijn blogs: theroadtoistanbul.weebly.com en theroadtomoscow.weebly.com.


Over verschillende visies op fietsreizen zouden we het hebben. Maar vanzelfsprekend begint het gesprek bij GR 5. In het vorige nummer van Op Weg haalde Johan al zijn oude tochtverslagen boven. Toen het gezin in 1996 in Nice aan de Middellandse Zee stond, was Toby stilaan oud genoeg om zijn eigen vakantiewegen uit te zoeken.
Toby: Aanvankelijk deed ik dat op de klassieke manier: als een ‘tank’ de baan op, met fietszakken die uitpuilen van bagage en kampeergerief. Tot ik van een vriend een idee oppikte. Waarom niet de koersfiets gebruiken voor een meerdaagse vakantietocht? Op die manier kan je veel grotere afstanden afleggen. En het allernoodzakelijkste kan perfect in een kleine rugzak op de rug, op voorwaarde dat je zeker bent van een bed en een douche ’s avonds. In zeven dagen reden we naar Valence in Zuid-Frankrijk. De volgende jaren begon ik die manier van reizen meer en meer te appreciëren. Ik fietste door Engeland, naar Berlijn en verschillende keren naar mijn broer in Zwitserland.


Istanbul is natuurlijk andere koek.

Toby: Ik had stilaan genoeg ervaring en zelfvertrouwen om er een langere trip van te maken. Het basisidee was een coast-to-coast van de Atlantische Oceaan naar de Zwarte Zee. Maar dan kon ik evengoed tot Istanbul rijden, dacht ik plots. Tot daar kan je ook tamelijk goed inschatten wat je kan verwachten aan wegen. Niet onbelangrijk als je met dunne bandjes rijdt. Op 4900 km heb ik hooguit 30 km op onverharde wegen gefietst. Meer oostwaarts wordt dat moeilijker, vrees ik.

Quote

  • Het allernoodzakelijkste kan perfect in een rugzak, op voorwaarde dat je zeker bent van een bed en een douche.
    - Toby
  • 1

Hoe bereid je zo’n tocht voor? Toby: In België fiets ik ook op LF-routes of knooppunten, maar voor een buitenlandse trip vertrek ik zelden van een bestaande route. Mijn ankerpunten zijn steden waar ik vrienden heb of adressen van mensen die aangesloten zijn bij warmshowers.org. Op die manier ben ik verzekerd van een goed onthaal ’s avonds, door mensen die weten wat een dag fietsen is. En verder maak ik soms met plezier een ommetje. De kortste weg naar Istanbul loopt zeker niet over de top van de Stelvio, maar toch moest en zou die er inzitten…

Hoe verbind je dan al die plekken? Toby: Door urenlang op online kaarten te zoeken naar de interessantste route. Ik gebruik meestal openrouteservice.org, een routeplanner met fietsoptie op basis van OpenStreetMap-kaarten. Daarop zoek ik naar kleinere wegen. Voor sommige stukken check ik google street view om het terrein te bekijken of de drukte van een weg in te schatten. Van de route die daar uitkomt, maak ik een track voor de gps op mijn fiets. Dat werkt prima. Maar ik kijk misschien ook anders naar een weg dan andere vakantiefietsers. Ik ben licht bepakt en haal een behoorlijke snelheid. Een auto die passeert stoort mij ongetwijfeld minder dan wanneer je bijvoorbeeld met kinderen onderweg bent.

Ben je ’s avonds altijd in je gereserveerde bed beland?
Toby: Tot nu toe is dat altijd gelukt. En als er op mijn voorziene traject van gemiddeld 150 tot 200 km problemen opduiken, kan ik altijd nog liften. Bovendien, dat er iemand is die je ’s avonds verwacht, geeft een gevoel van rust. Ik heb het nog nooit nodig gehad, maar ik ben ervan overtuigd dat mijn warmshower-gastheer of gastvrouw in dat geval mee naar een oplossing zou zoeken. Dat doe ik ook als ik hier in Gent fietsers ontvang. Warmshower-adressen beschikken ook over reparatiemateriaal. Al heb ik ook dat nog nooit nodig gehad. Verder dan een lekke band of een gebroken spaak is mijn pech nog niet gegaan.

 eerstetweede

En wat denkt een vader bij zoveel ‘trekkerszin’?
Johan: Dat er heel wat parallellen zijn. Ook wij leggen onze overnachtingsplaatsen op voorhand vast. Dat geeft de nodige gemoedsrust om ons ten volle te concentreren op de fietsbeleving. Maar de insteek is wel helemaal anders. Voor Toby is de weg de bestemming, voor ons de plekken langs de weg. Voor de kloosters, de kerken en de kastelen onderweg is bij ons altijd tijd ingecalculeerd. De plaatsen waar je voorbijkomt moeten een herinnering nalaten. Dat kan alleen als je regelmatig halthoudt, om te ruiken, te proeven en te luisteren. Naar de wind of naar het verhaal van mensen. Soms denk ik: waarom blijven we hier gewoon niet wat langer zitten? Dat kan soms niet, ook al staat er maar 60 km op de dagplanning. Maar als er 150 km opstaat…
Toby: … dan kan dat zeker niet. Het eindpunt is inderdaad belangrijk voor mij. Ik wil stiekem ook een statement maken. Mensen reizen Europa rond met auto’s, vliegtuigen of treinen, maar ik raak overal waar ik wil met de fiets. Onderweg geniet ik van de voorbijschuivende landschappen. En van het fietsen zelf natuurlijk. Ik kijk niet naar individuele dorpen, maar naar de afwisseling. Ik heb zelden het gevoel dat ik iets gemist heb door er niet te stoppen. Omdat ik alleen fiets word ik soms wel aangesproken, maar een gesprek duurt zelden langer dan een paar minuten. Afstappen is mentaal zwaar voor mij. Ik wil in mijn hoofd de rust van het fietsen, niet de twijfel van het stoppen of niet. Ik weet: mijn ontmoetingen en gesprekken zijn gepland voor ’s avonds. 
Johan: Als je 200 km fietst op een dag, dan heb je toch alleen maar asfalt gezien? Toby: Een verlaten tweevaksbaan kan ook esthetisch mooi zijn hoor. Zoals die je door het landschap leidt…

  • Ik wil in mijn hoofd de rust van het fietsen, niet de twijfel van het stoppen of niet.
    - Toby
  • 1

Nog een verschil: de keuze van de routes.
Johan: Als GR-man in hart en nieren kies ik altijd voor bewegwijzerde routes. Als een soort garantie, want lokale mensen hebben daarover lang en goed nagedacht. Niet alleen over het mooiste, maar ook over het veiligste traject. De beste plek om een drukke weg over te steken bijvoorbeeld. Tegelijk zie ik die keuze als een vorm van appreciatie voor het werk van al die collega-vrijwilligers in heel Europa. Ik herinner me een fietsreis met de KSA in het binnenland van Spanje. In 1968 moet dat geweest zijn. Zoveel geasfalteerde wegen waren er nog niet, dus daar reden behoorlijk wat auto’s en vrachtwagens op. Ik zie de beelden nog voor me van jongens die aan zo’n vrachtwagen gingen hangen… Of neem nu fietsen in Frankrijk 30 jaar geleden. Levensgevaarlijk was dat. Wel, ik ben ervan overtuigd dat als iedereen was blijven fietsen zoals Toby nu doet, de politiek veel minder initiatief zou genomen hebben om te investeren in fiets- en wandelinfrastructuur. Ik geloof rotsvast in de belangrijke rol die verenigingen als de onze in het verleden gespeeld hebben om een mentaliteitsverandering op gang te brengen. Kijk maar naar de Fiets en Wandelbeurs: al die regio’s staan er te dringen om fiets- en wandelroutes te promoten. De mogelijkheden zijn enorm toegenomen de laatste tien jaar. En doorgaans zijn die wegen ook veilig. Ik vind het zonde om ze dan niet te gebruiken.
Toby: Soms gebruik ik ze wel hoor. Maar niet vaak, dat klopt. Ik zie de contradictie wel. Ik heb meegeschreven aan de gids van de Vlaanderen Fietsroute en vond dat heel interessant, maar voor een buitenlandse tocht heb ik nog nooit een fietsgids gekocht. Ik zou dat ook nooit doen, want ik kan hem toch niet meenemen onderweg. Ik vind online alles wat ik nodig heb. En soms lees ik achteraf op wikipedia iets over de plaatsen waar ik langs gefietst ben.

Terug naar de parallellen. Die zijn er ongetwijfeld nog.
Johan: Wat we zeker delen is een fascinatie voor kaarten. We kunnen allebei uren op kaarten turen om een trip voor te bereiden. Al doe ik dat nog altijd liefst op echte kaarten.
Toby: Pas op, ik heb ook lang beroep gedaan op het papieren familie-archief en zelf nog kaarten gekocht. Ik rijd nog maar goed twee jaar met gps. Maar sindsdien heb ik al mijn fietskilometers op een google mapskaart verzameld. Dat is mijn versie van jouw GR 5 kaart op zolder met al die vlaggetjes.
(Toby toont de kaart op zijn laptop, vol met blauwe lijntjes)
Johan: Als ik al onze fietsreizen op zo’n kaart zou samenbrengen, zouden er toch nog heel wat meer blauw te zien zijn… (lacht)
Toby: We schrijven ook allebei graag over onze fietsvakanties. En naar het schijnt hebben we zelfs een gelijklopende schrijfstijl.
Johan: Wij schreven nog kaartjes die een week later toekwamen. De familie moest wachten op de dia’s om het hele relaas te horen. Maar jij houdt je vrienden in real time op de hoogte met je blog en facebook.

Zullen we afsluiten met de ultieme tip over de mooiste bestemming?
Toby: Dat vind ik een hele moeilijke. Van een berglandschap zeg ik ‘wow’, maar bij de eindeloze Hongaarse moerasvlakte zeg ik dat evengoed.
Johan: Geef mij maar Noord-Italië (Op Weg 2014 1). Fietsen, cultuur, Italiaanse keuken, opera, alles zat in die reis.

De tien fietsgeboden (volgens Toby)

Mijn passie voor fietsen, uitgesmeerd over tien niet-ernstig-te-nemen geboden. Om in te geloven of aan voorbij te gaan:

  1. De weg zal goed voor me zorgen.
  2. Als ik er niet geraak met de fiets, dan ga ik er helemaal niet naartoe.
  3. Ik zal nooit tweemaal dezelfde weg nemen, tenzij die weg de Col de Marchariuz* is.
  4. Ik blijf bij mijn planning, maar ik fiets alsof er geen morgen is.
  5. Ik fiets licht, ik leef licht.
  6. Ik ben een fietsreiziger, haal me hier weg!**
  7. Ik rijd met geen enkel ander geluid dan de wind.
  8. Behalve een handvol songs die nooit vervelen.
  9. We zijn allemaal fietsers!
  10. En voor eens en voor altijd: #neverstopriding!

*Ligt op de weg naar mijn broer die in Zwitserland woont.
**Zelfs aangekomen in Istanbul hunkerde ik na twee fietsloze dagen alweer naar mijn fiets.